zondag 8 november 2009

Tussentijdse bedenkingen bij Web 2.0



Ik heb al acht van de 23 stappen gezet. Dankzij deze curus heb ik ook nieuwtjes opgepikt en uitgeprobeerd, zoals de splinternieuwe Google dashboard. In de bieb heb ik van nabij de groei van een blog/webstek meegemaakt. Mijn collega's Lotte, Els, Melissa en Marijke zijn zich tot echte professionals aan het omvormen. Wat ze met behulp van Wordpress en andere webapplicaties uit hun vingers toveren laat mijn mond vaak openvallen van verbazing.

Ik ben me dus al goed bewust van de talloze mogelijkheden die Web 2.0 biedt om de bibliotheek ook op een vernieuwende manier en op andere momenten dan tijdens de openingsuren tot bij de gebruiker te brengen.

Toch meen ik dat Web 2.0 geen doel op zich mag zijn en al zeker dat het niet tot een ideologie mag verworden. Niet dat ik de verregaande scepsis deel van een auteur en spreker als Andrew Keen, die in zijn boek The Cult of the Amateur de vloer aanveegt met de Web 2.0 revolutie. Maar ik geef hem wel gelijk als hij zegt dat Web 2.0 vooral een neutrale technologie moet blijven, die wij al dan niet kunnen implementeren in onze bibliotheekwerking. M.a.w. we dienen die webtoepassingen te gebruiken waar en wanneer ze van nut zijn. Ze moeten niet dienen om meer content maar om betere content te genereren. Dus geen webstek, blog, Facebook, Flickrpagina... omdat alle andere bibliotheken dat ook doen, maar omdat we hiermee onze dienstverlening verbeteren, onze bieb toegankelijker maken, de klantvriendelijkheid verhogen. Geen nieuwe berichten van elders plukken en op de blog plaatsen omdat er al een week niets meer gepost is, maar een bericht plaatsen wanneer dat relevant is: dus in het kader van een activiteit van de eigen bieb of wanneer je een mededeling wil doen die relevant is voor de eigen bieb (bijvoorbeeld een herinnering aan een extra sluitingsdag). Zoniet ben je aan het bloggen om het bloggen. Al te veel biebblogs nemen berichten van elkaar over om toch maar wat te kunnen posten. M.i. heeft de bezoeker dat snel door en haakt hij af omdat de berichtgeving weinig zinvol is. Web 2.0 kan dus een handig en krachtig hulpmiddel zijn voor de bibliothecaris, maar het is een complementair hulpmiddel, iets extra's, dat vanzelfsprekend niet ten koste mag gaan van kerntaken als collectievorming en ontsluiting, maar zeker ook niet van het directe, persoonlijke contact met de klant in de bibliotheek zelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen